Kort verslag van de reis naar Dapkūniškiai, 27 april 2002 t/m 1 mei 2002

Na een reis met hindernissen zijn Milda Peeters, Maria Nelissen, Marianne van der Zwan en Bert Meesters dan toch zondag 28 april in Dapkūniškiai gearriveerd.

Het hele dorp is voor onze aankomst schoongemaakt. Dode bomen zijn omgehakt, de straten zijn schoongemaakt en verschillende bewoners hebben hun voortuintje een extra opknapbeurt gegeven. We zien zelfs hier en daar tulpen bloeien.

Vooraf heel in het kort iets over het Litouwse onderwijs. De leerlingen gaan op 7-jarige leeftijd naar school. In groep 1 t/m 4 is het onderwijs vergelijkbaar met ons onderwijs, al wordt van het begin af aan de nadruk wel gelegd op het leren. Vanaf groep 5 t/m groep 12 krijgen de leerlingen op dezelfde wijze les als bij ons in het voortgezet onderwijs door vakleerkrachten.

De Basicschool Dapkūniškiai is te klein om alle leerlingen t/m groep 12 les te kunnen geven. Op deze school zitten de leerlingen t/m groep 8, daarna gaan zij naar Alanta, een grotere plaats ongeveer 12 km van Dapkūniškiai, om de lessen vanaf groep 9 te kunnen volgen.

Maandag 29 april

We worden warm onthaald op Basicschool Dapkūniškiai.

DCF 1.0

Na een voor Milda en Bert hernieuwde kennismaking is het ijs weer snel gebroken en gaan we beginnen met de lessen: Milda en Marianne met het vrij rooster; Maria en Marianne met de zanglessen en Bert met de Engelse les.
Met deze lessen proberen we het volgende te bereiken:
– de leerlingen kennis laten maken met een paar Nederlandse vakken.
– de leerlingen proberen te leren dat er vrije keuzes gemaakt kunnen worden.
M.n. het laatste is van belang. Niet alleen de kinderen, maar ook de volwassenen moeten nog leren dat er keuzes gemaakt kunnen worden zonder invloed van anderen. Lange tijd is Litouwen overheerst door de (voormalige) Sovjet Unie. Alle beslissingen werden voor hen genomen.

De lessen verlopen die week voorspoedig. De leerlingen zijn heel leergierig, maar hebben moeite om vooral tijdens het vrij rooster een activiteit te kiezen, iets wat voor Nederlandse kinderen heel gewoon is. Na veel moeite en uitleg kiezen de kinderen voor enkele spreekbeurten, een poppenkastspel en een voordrachtje.

Tijdens de muziekles wordt heel spontaan meegedaan. Maria en Marianne hebben zich voorgenomen om de leerlingen enkele Nederlandse volksliedjes met bijbehorende dansjes aan te leren. Op het einde van de week zullen die gedemonstreerd worden na het vrij rooster.

Ook de Engelse lessen verlopen gedurende de twee weken steeds beter. De leerlingen krijgen vanaf groep 5 drie maal per week een les van 45 minuten. Opvallend is het niveau. Het gaat, vooral in het begin, moeizaam. Niet alleen de woordenschat is erg beperkt, maar ook de interesse. Dat laatste is niet erg verwonderlijk. Veel leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren, er is voor hen nauwe-lijks toekomst in Dapkūniškiai: er heerst een hoge werkeloosheid.

DCF 1.0

DCF 1.0

Natuurlijk zijn we niet alleen voor de school naar Dapkūniškiai gegaan. We willen ook in contact komen met de bewoners. We heb-ben dit vooraf aangegeven.

Reeds op onze eerste ‘werkdag’ maken we kennis met het koor. Een groep zeer enthousiaste mannen en vrouwen. We wonen een repetitie bij en we studeren enkele liederen in die ’s avonds tijdens de Hl. Mis gezamenlijk gezongen kunnen worden. Opmerkelijk hoe snel zij de twee (Gregoriaanse) liederen kunnen nazingen.

Na de mis is er ’s avonds een bijeenkomst met het Community Centre van Balninkai, een plaats zo’n 7 kilometer verderop. We horen hoe zij werken en wisselen wat ideeën uit voor een goede start van het Dapkūniškiai Community Centre.

Dinsdag 30 april

is voor ons een spannende dag. Tijdens de voorbereidingen voor de reis hebben we het verzoek gekregen om een seminar te verzorgen op het Districtsministerie van Onderwijs.

Het seminar bestaat uit drie onderdelen:
– Werken volgens het vrij rooster
– Werken met de methode Feuerstein
– Schrijfdansen
– Engelse les op Nederlandse basisscholen
Milda begint met het onderdeel “vrij rooster”. In principe vertelt Milda datgene over het vrij rooster waarover hierboven geschreven is. Na haar lezing komen er veel vragen, m.n. over de praktische kant van het Nederlandse basisonderwijs. Besloten wordt om het programma enigszins aan te passen, door na de pauze in het kort iets te vertellen over het Nederlandse basisonderwijs.

DCF 1.0

DCF 1.0

DCF 1.0

 

 

Woensdag 1 mei

hebben we onze allereerste bijeenkomst met de bewoners van Dapkūniškiai. De opkomst is voor ons buiten verwachting erg hoog. Wij schatten het aantal aanwezigen op ongeveer 100. Wij gaan de bijeenkomst in met de spreuk: “There is more joy in doing things together”.

We praten met hen over onze uitgangspunten, waarom wij een stichting hebben opgericht, wat onze doelstellingen zijn en vragen naar de mening van de dorpsbewoners. Zij zijn erg blij met onze belangstelling, met onze inzet voor hen. Ze kunnen het ook moeilijk begrijpen dat enkele wildvreemde buitenlanders belangstelling hebben voor hun dorp.

Ook geven wij aan dat we graag zien dat er een groepje mensen een soort bestuur vormen om alle activiteiten in Dapkūniškiai te coördineren. Tot nu toe hebben drie mensen dit op zich genomen: Daiva Žiogienė, leerkracht Engels en onze tolk, Vilija Dubauskienė, directrice van de Basicschool en Maryte Azubalienė, bibliotheca-resse. Daarnaast hebben enkel bewoners mee-geholpen bij de voorbereidingen van alle activiteiten rond ons bezoek.

Na de bijeenkomst volgt het eerste officiële optreden van het zangkoor. Het klinkt prachtig met die typisch Oost-Europese zang-techniek. Meteen hierna volgt een toneelstuk. Speciaal voor ons had men ook een toneelstuk ingestudeerd.

DCF 1.0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *